In het zesde leerden we wat een limerick is. Even opfrissen …

Een limerick bestaat uit 5 lijntje en die rijmen volgens het AABBA-rijm. Verder bestaan de regels 1 – 2 en 5 uit 9 lettergrepen en de twee andere uit maar 5 lettergrepen.

Verder moet je nog een persoon of dier en een plaatsnaam in de eerste regel steken.

Een perfecte limerick zorgt op het einde voor een glimlach rond je lippen.

 


De mooie teddybeer uit Komen

Is naar Oostenrijk gekomen

En heeft de kragen

Moet hij dat dragen

Want die kragen zijn van zijn zonen

 

Massimo

 

Jantje op de superleuke wip

Samen met de superstoute kip

Hij ging in de haag

Hij ging dan omlaag

Toen keek Jantje lelijker en sip

 

Audric

 

Een kleine muis uit het kleine huis

Zag een kleine haas van meneer luis

De muis is heel mooi

En de haas lust hooi

Lekker zei de haas van meneer luis

 

Nora

 

Een groot mens van de heel erg grote Quick

Hij is natuurlijk gigantisch dik

Hij is heel erg raar

En heeft veel snorhaar

Hij is zeker niet zo dik als ik

 

Thibaud

 

Er woont een speler in Anderlecht

Hij kon goed trappen, hij dacht het echt

Maar hij schoot nooit raak

Hij miste erg vaak

Wat bleek zijn verzicht is extreem slecht

 

Beniyam

 

 

Ik ben Bo uit de zesde klas

Help mijn ma al twee jaar met de was

Thuis is studeren

School is te leren

Mijn limerick is eerste klas

 

Bo

 

Er zat eens op het plein een kalkoen

Hij was rijk, hij had wel een miljoen

Hij had een groot paard

En een open haard

Weet je hij stak zijn geld in zijn schoen

 

Jolien

 

Er was eens een meester uit Kortrijk

En die was super mega rijk

Die had geen geluk

Hij had een ongeluk

Heeft iets gebroken in Oostenrijk

 

Pavel

 

Ik ken een toffe meneer uit bush

Hij neemt nooit een frisse douche

Hij stinkt heel erg

Is een mooie dwerg

Iedereen die hem ziet zegt Oesje

 

Ennio

 

Een kat uit Parijs Thys Olisijs

Maar niet super wijs, eet wel ijs

Hij is wel erg dun

Gommen met een gum

En gedaan de reis uit Parijs

 

Chiara

 

 

 

Vandaag was het super heel erg koud

En ik was gisteren erg stout

Mama en papa waren boos

Ik geef ze een roos

Omdat ik heel erg veel van ze houd

 

Matteo

 

Een erg coole jongen uit Parijs

En een zeer blond meisje eet veel ijs

Een is veel te dik

De ander is Rik

Samen waren ze heel eigenwijs

 

Louis

 

De megamachtige stad Lyon

In de lievelingsplaats van Manon

Daar kan ze shoppen

Dus centjes droppen

Kortom alles is er super bon

 

Pierre-Emile

 

Mijn meester Pol had pech in Parijs

Hij ging er deze zomer op reis

Maar wou naar het strand

In Parijs geen zand

Dus at hij maar een lekker ijs.

 

Norah

 

Een jonge rare meneer uit Nepal

Hij is echt supergoed in voetbal

Hij had toen een val

In het diepe dal

Hij stond op bij een koe in de stal

 

Lander

 

Een jonge monnik uit Kathmandu

Zag opeens een paarse kaketoe

In ’n oude tempel

’t was warempel

En ze deden beiden hun bek toe

 

Tenzin

 

 

 

 

 

 

Een hongerige rat in ’t tuinhuis

En een kleine grijze dikke muis

Muis heeft gegeten

Waar wil rat weten

Maar de vuilnisbak blijft rat zijn thuis

 

Aline

 

De grote zwarte hond in zijn hok

Knabbelt aan een bruine houten stok

Dat is pech hebben

Help, spinnenwebben

Al snel was hij stijf als een rotsblok

 

Chloe

 

Het kleine roze varken uit Peer

Kende een grote lelijke heer

Ze waren dronken

En beide bonken

Toen vielen ze samen heel hard neer

 

Alessia

 

Een meester uit Zuid-Amerika

Heeft familie in Antarctica

De ene is stom

En zijn rug is krom

En ze gaan heel graag naar Afrika

 

Rune

 

Een Afrikaanse brullende leeuw

Die is heel moe en deed een geeuw

De een heeft vlooien

D’andere heeft ooien

Maar hun vel belandt op de vloer

 

Louis-Henri